Je bent goed zoals je bent

Anne, een dame van in de 60 zit tegenover me. Ze is een verzorgde, sportieve vrouw, die nog volop in het leven staat. En toch torst ze een groot verdriet met zich mee.

Haar man Tom verblijft in een verpleeghuis. Anne bezoekt hem daar regelmatig, maar gaat vaak teleurgesteld weer naar huis. Na een half uurtje geeft Tom vaak al aan dat het hem te druk wordt, wat Anne nauwelijks de gelegenheid geeft haar verhaal te doen. Te vertellen hoe het met haar gaat. “En als ik dat wel doe, reageert Tom nauwelijks, of hij begint over iets anders. Dat ik nu maar een paar keer per week op bezoek mag, geeft me eigenlijk wel rust. Maar het voelt niet fijn.”

Ongeluk

Al vroeg in hun huwelijk heeft Tom een ernstig ongeluk gehad en heeft ze veel voor hem en hun 2 kinderen moeten zorgen. Dat deed ze met veel liefde en toewijding, maar af en toe bekroop haar het gevoel dat ze het wel fijn zou zijn als er eens iemand voor haar zou zorgen. ‘Maar zo is het leven niet gelopen,’ dacht ze dan. Ze hadden het fijn samen als gezin en inmiddels zijn de kinderen volwassen en hebben zelf een gezin.

En paar jaar geleden is Tom vervelend ten val gekomen. Anne werd daardoor gedwongen nog meer te zorgen, want Tom was af en toe flink de weg kwijt. Pas toen Tom vorig jaar voor iets heel anders in het ziekenhuis terecht kwam, werd duidelijk dat hij er cognitief wel heel slecht aan toe was. Er werd NAH (niet aangeboren hersenletsel) gediagnosticeerd. Het was voor Tom niet langer mogelijk thuis te blijven wonen, vooral ook voor de belastbaarheid van Anne.

Geen reactie

Anne vertelt me dat ze de wederkerigheid met Tom zo mist en ik vraag wat wederkerigheid voor haar betekent. Ze zou zo graag willen dat hij er ook even voor haar zou zijn. Dat hij zich in zou leven in haar. “Laatst gaf onze kleindochter Tom een knuffel, maar hij bleef gewoon met zijn armen over elkaar zitten. Mijn hart brak, maar onze kleindochter leek het niet te deren.” Of ik het filmpje van dat moment wilde zien?

Ik keek en zag een man die helemaal verzachtte toen zijn kleindochter bij hem op schoot kroop en hem begon te knuffelen. Zijn gezicht ontspande en er verscheen langzaam een heel grote glimlach. Ik was ontroerd door het filmpje en vertelde Anne wat ik erin had gezien. We keken het filmpje samen en ik wees haar op de dingen die mij opvielen. Een klein beetje last viel van haar schouders. Ze zag wat ik zag en dat ontroerde haar ook.

Het is er niet meer

Ik zie dat Anne een groot appel doet op Toms cognitieve vermogen. Juist het stukje dat bij hem niet meer (goed) functioneert. Ik vertel Anne dat het best mogelijk is dat Tom daardoor het gevoel krijgt dat hij faalt. Hij voelt waarschijnlijk best dat Anne iets van hem verwacht, maar hij kan daar met de beste wil van de wereld niet aan voldoen.

Wat ik op het filmpje zie, is dat zijn gevoel en tastzin nog prima functioneren en dat dat misschien wel een mooie ingang is om contact te maken met Tom. Ik stel voor dat ze de volgende keer simpelweg naar Tom gaat om hem een knuffel te brengen. Dat ze haar verwachtingen loslaat en een knuffel gaat brengen, met wat er op dat moment is. Misschien kan ze zelfs een haakwerkje of boek meenemen en gezellig even bij Tom blijven zitten, er gewoon zijn.

Het is goed zo

Natuurlijk is dit moeilijk. We gaan er nu op inzetten Anne te laten ervaren dat ze goed is zoals ze is. Dat ze, door er alleen maar te zijn, weer oog kan hebben voor het echte contact met Tom. Niet op cognitief niveau, maar wel op gevoelsniveau.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.